Rijkstypekeur
 
 
  home        sitemap        zoek     
 
 

Welkom op de website van het Rijkstypekeur

Om in Nederland een draagbaar blusapparaat (tot 20 KG) te mogen verkopen of verhandelen is het Rijkstypekeur vereist. Dit "keurmerk" wordt aangegeven in de ellips op het etiket van een draagbaar blusapparaat. Aan de hand van het Rijkstypekeur kan vastgesteld worden dat het blusapparaat geschikt is voor de brandklasse zoals is aangegeven op het etiket (A, B, C, D of F). Het voorgaande is wettelijk verankerd in het Besluit draagbare blustoestellen 1997. Het Rijkstypekeur wordt in Nederland in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties door NCP Certificatie beheerd en uitgegeven. Voor meer informatie hierover, klik hier.

Het is zonder dit Rijkstypekeur niet toegestaan draagbare blusapparaten in Nederland te verkopen en of te verhandelen met de intentie deze op de Nederlandse markt te brengen.

Op deze website kunt u alle informatie vinden met betrekking tot het Rijkstypekeur. Aan de hand van het keuze menu zoals dat links op de pagina is weergegeven komt u per categorie bij de informatie die u zoekt. Mocht u desondanks toch nog aanvullende informatie willen neemt u dan via de contactpagina contact met ons op. Dan proberen wij u te helpen met het beantwoorden van uw vraag / vragen.

  

Classificatie B voor alcohol

Draagbare brandblussers kunnen een classificatie krijgen voor vloeistofbranden. Het gaat hierbij om koolwaterstofbranden. De test is genormeerd in de EN3-7+A1: 2007 "Portable fire extinguishers - Part 7 - Characteristics, performance requirements and testmethods".  Vloeistofbranden heeft als testvloeistof namelijk heptaan.

Voor specifieke toepassingen zijn echter draagbare brandblussers nodig die ingezet kunnen worden voor alcoholbranden. Wil een draagbare blusser van Kiwa NCP een goedkeuring krijgen voor de toepassing alcohol, zal deze specifiek hierop getest moeten worden. Op basis van een uitgevoerde test volgens EN3-7+A1: 2007 door een geaccrediteerd laboratorium met een relevante alcohol, kan aanvullend naast de standaard "B" classificatie op basis van heptaan een aanvullende classificatie verkregen voor alcohol. Voor de brandklasse "B"wordt standaard getest met heptaan (a-polair). Aanvullend kan getest worden voor polaire stoffen, er wordt dan getest met aceton. Indien de toepasbaarheid met heptaan en aceton niet voldoende is voor de gebruiker, kan aanvullend getest worden met andere (brand)stoffen, minimaal moet de blusser getest zijn met heptaan om zijn "B" rating te kunnen rechtvaardigen.
De rating bepaling is verder volgens de EN3-7+A1: 2007.

Dat de draagbare blusser verder aanvullend gebruikt kan worden voor de blussing van alcohol zal duidelijk gemarkeerd moeten worden op het etiket en kan dan meegenomen worden in het Rijkstypekeur.

 

Het plaatsen van draagbare blussers binnen gebouwen

In Nederland bestaat de norm “Brandbeveiliging - Projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen; NEN4001; 1966”.

De brandbeveiliging van een gebouw omvat vele maatregelen, die altijd in samenhang moeten worden beschouwd. Blustoestellen vormen een belangrijk onderdeel van deze maatregelen, maar ze nemen niet de noodzaak weg van andere maatregelen zoals het plaatsen van brandslanghaspels, droge blusleidingen, sprinklers, blussystemen of branddetectie. Blustoestellen zijn zeer waardevol in het beginstadium van een
brand, wanneer hun snelle verplaatsbaarheid en onmiddellijke beschikbaarheid een snelle bluspoging mogelijk maken.
Vanwege de noodzakelijke samenhang in de brandbeveiligingsmaatregelen gaat deze norm ervan uit dat een brandrisico-evaluatie is uitgevoerd voor het te beveiligen gebouw, en dat de plaatsen, risico’s en gevolgen van mogelijke branden zijn geïdentificeerd.
Met deze norm kunnen de verantwoordelijken voor ontwerp en installatie komen tot een verantwoorde projectering van de blustoestellen. Ook kan deze norm worden toegepast bij de toetsing van bestaande situaties.

De norm is van toepassing op de totstandkoming en de instandhouding van de brandveiligheid in gebouwen inclusief de bijbehorende bedrijfsterreinen en is opgesteld voor allen die bij de brandveiligheid betrokken zijn.
Deze norm omschrijft de projectering van draagbare en verrijdbare blustoestellen in gebouwen, met uitzondering van particuliere woningen. Bij het opstellen van deze norm is het blusvermogen van blustoestellen volgens NEN-EN 3-7 en NEN-EN 1866 als basis gehanteerd.
Deze norm vervangt geen wettelijke bepalingen op het gebied van brandveiligheidsvoorzieningen bijvoorbeeld opslag gevaarlijke stoffen (PGS 15), vuurwerkbesluit.

De norm bevatten tabellen die richting geven aan het plaatsen en het gebruik van de blussers. In tabel 1 wordt de geschikbtheid van blusstoffen aangegeven. Wij adviseren u om deze norm toe te passen.

De norm omschrijft het minimale niveau aan basis beveiliging in een gebouw. Voor de basis beveiliging is minimaal een blusser van 6 kg gevraagd. Zie hiervoor tabel 2 van norm.

Verder staan er in de norm in paragraaf 4.4.2 richtlijnen aangaande aanvullende beveiliging naast de basis beveiliging. In paragraaf 4.4.2.1 is omschreven dat blustoestellen voor aanvullende beveiliging kunnen een kleinere inhoud en een andere blusstof hebben dan de blustoestellen die in het kader van de basisbeveiliging  zijn geprojecteerd.



 

  Terug    Print